Hechtingsstoornissen

De meeste kinderen hechten zich aan (een) volwassene(n) als ze tussen de zes en twaalf maanden oud zijn. Er ontstaat een vertrouwensrelatie waarin ze zich veilig voelen en kwetsbaar durven zijn. Want jij wordt gezien en gehoord – jij doet ertoe.

Als zo’n veilige hechtingsrelatie zich om wat voor reden dan ook niet kan ontwikkelen, kan er een hechtingsstoornis ontstaan. Dan ben je niet goed in staat om je aan andere mensen te binden en op ze te vertrouwen. Dat kan allerlei gevolgen hebben voor je relaties en welzijn. Je kunt bijvoorbeeld misschien minder veerkrachtig reageren op problemen, moeite hebben met je emoties laten zien of als kind een taalachterstand ontwikkelen.

Share on email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on print
Share on whatsapp